| |
Oratorium ‘DAAR IS HET DAGLICHT’. Een ‘nieuw’ liturgisch oratorium voor de Paasnacht en Paaszondag.
(door Wim Krist, Zeist)
In 2009 gaf uitgeverij Narratio de muziek en de teksten uit van het oratorium ‘DAAR IS HET DAGLICHT’. In januari 2010 werd er een CD van opgenomen.
Groningen, 6 februari 2010. Het is er koud, zo rond het vriespunt. Er liggen nog restanten sneeuw en ijs in de straten. Over een kleine twee weken begint de Veertigdagentijd en gaan we op weg naar Pasen en dan is “de winter gegaan en gaat het lengen van de dagen kou en duister verjagen” (*1) In Groningen, in het kerkgebouw ‘de Ark’ is vandaag, 6 februari, de ‘inzingmiddag van het oratorium “Daar is het daglicht”’ georganiseerd. Nu ik dit stukje schrijf, is het inmiddels eind april en ligt Pasen, hét feest van Opstand tegen alle vormen van dood, dat terecht met uitbundig HalleloeJah wordt gevierd, alweer enkele weken achter ons. Toch wil ik u een korte impressie van het liturgisch oratorium ‘Daar is het daglicht’ en de zangmiddag niet onthouden. Het is de moeite waard om met dit oratorium kennis te maken. Alvast voor volgend jaar Pasen. Of voor andere vieringen. Want, hoewel geschreven voor de paastijd, kunnen delen eruit ook op andere momenten in het liturgisch jaar functioneren. Dit geldt ook voor een aantal liederen, dat zelfstandig gebruikt kan worden.
DE LIEDMIDDAG De liedmiddag wordt georganiseerd omdat er, zoals gezegd, in januari van dit jaar een CD-opname van het oratorium is gemaakt. Uitgeverij Narratio had in 2009 muziek en teksten al uitgegeven. Deze twee gebeurtenissen samen zijn de aanleiding voor deze liedmiddag.
Ruim 170 mensen uit vooral Friesland, Groningen en Drenthe, maar ook andere delen van Nederland, zijn tegen 14.00u binnengelopen in ‘de Ark’. Later in de middag zijn het er zo’n 200, als de cantorij van de Pepergasthuiskerk de zingende gemeenschap komt versterken en ondersteunen. De sfeer is geanimeerd, verwachtingsvol, verlangend haast. Mensen praten met elkaar of bladeren al in de muziek die vanmiddag op het programma staat. Voor nogal wat mensen blijkt ervaring met het oratorium ‘Als de graankorrel sterft …(*2), het motief om te komen.
Na welkom en dienstmededelingen wordt begonnen met het zingen van het ‘Danklied’, het slotlied van het oratorium. (Tenzij je het ‘Lied om Zegen’, dat na het Danklied nog volgt, als zodanig zou willen betitelen.) Dit en de andere liederen worden bij toerbeurt ingestudeerd en geleid door Chris van Bruggen en Anneke van der Heide. Peter Rippen neemt deze middag de pianobegeleiding voor zijn rekening. De enkele keer dat een lied op het orgel begeleid moet worden, doet Chris van Bruggen dat. De liederen en hun liturgische context worden af en toe toegelicht door Michaël Steehouder. In willekeurige volgorde worden vervolgens de overige liederen ingestudeerd en gezongen. Alle liederen oogsten lof, het ene uiteraard wat meer dan het andere. Topper van de middag is het ‘Lied van de tuin’, tekst van Steehouder en muziek van Anneke van der Heide en Peter Rippen, maar ook het ‘Trouwlied’ scoort hoog. Hoewel de meeste aanwezigen gemakkelijk meezingen, blijkt ook vanmiddag weer de betekenis, de meerwaarde van de ondersteuning door een cantorij. De “gemeente” wordt er niet alleen door gedragen waar dat nodig of functioneel is, maar er ook door gestimuleerd, uitgenodigd.
DAAR IS HET DAGLICHT Het oratorium heet ‘Daar is het daglicht’, en heeft als ondertitel ‘Een liturgisch oratorium’. Het is geschreven voor de Paasnacht en Paaszondag. Zoals gezegd is het volgens de auteur en componisten mogelijk sommige delen en liederen op andere momenten gedurende het jaar en in andere vieringen te gebruiken. ‘Daar is het daglicht’ is opgezet volgens het uit de eerdere oratoria bekende procedé. Teksten en, in totaal 18 (19), liederen wisselen elkaar af. (Het lied ‘Daar is het daglicht’ is tweemaal opgenomen, als begin van én de Paasnacht- én de Paasochtendviering, dan met een gedeeltelijk andere tekst.) De toelichting vermeldt: “In het oratorium worden schepping en verrijzenis bezongen in zeven trefwoorden: Licht, Mensen, Aarde, Vuur, Adem, Water, en Leven. Elk trefwoord wordt uitgewerkt in een aantal spreekteksten en gezangen...”
Teksten
De teksten die gezongen en gesproken worden, zijn geschreven door Michaël Steehouder. Steehouder schrijft zijn teksten duidelijk herkenbaar vanuit de Schriften. Daardoor geïnspireerd herneemt Steehouder de verhalen en verwoordt ze tot ‘nieuwe’ verhalen. Hij doet dat zo, dat er net even een andere kleur, een andere belichting, een ander perspectief ontstaat. Een enkele keer wordt ook van een andere bron gebruik gemaakt, zoals bijvoorbeeld het Zonnelied van Franciscus of de Celtic Blessing. De teksten van de liederen zijn direct, begrijpelijk, eenduidig: wat je leest is wat je krijgt, er staat wat er staat. Steehouders teksten zijn niet of nauwelijks gelaagd of meerduidig. Je hoeft er niet bij of over na te denken, je begrijpt ze onmiddellijk, ze zijn direct toegankelijk. De teksten laten weinig ruimte voor interpretatie over en behoeven geen nadere toelichting (*3). Hiermee wil overigens niet gezegd zijn, dat Steehouders teksten niet poëtisch, beeldend of evocatief zijn.
Zie bijvoorbeeld het eerste couplet van het ‘Lied van de tuin’ …
“Jij, als geuren hang je om mij heen, peterselie en rozemarijn, liefde ruik ik, tuin vol rozen, zo wil ik, wil jij bij mij zijn Zo onzichtbaar als geuren ook zijn, onontkoombaar zijn zij tegelijk – vind mij, proef mij, dring in mijn wezen, maak mij als een mens jou gelijk.”
Muziek
Ook voor dit oratorium (*4) componeerden Chris van Bruggen (6x), Anneke van der Heide (5x) en Peter Rippen (7 x) de muziek. Dat na een keer voorzingen het ‘Danklied’ onmiddellijk zonder haperen door iedereen wordt meegezongen zegt iets over de zingbaarheid ervan (maar misschien ook over het muzikale niveau van de aanwezigen). De muziek van Peter Rippen is dan ook opvallend eenvoudig: een melodie die mensen gemakkelijk meeneemt, die mensen zich snel eigen maken, die bijna (!) voorspelbaar is. En voorzien van een begeleiding die ook door een gemiddelde amateur te spelen is. Misschien heeft dat te maken met wat Chris van Bruggen over dit en de al eerder verschenen oratoria zegt: “Onze oratoria zijn erop gericht de gemeente aan het zingen te krijgen”(*5). Melodie, zetting en tekst accorderen zo aardig met elkaar. Ze zijn elkaar niet vreemd, ze overvleugelen elkaar niet, leveren geen strijd om wie de belangrijkste is. Tegelijk is hiermee ook gegeven dat de muziek de tekst niet verandert, vernieuwt, tot een ander verstaans- en belevingsniveau brengt. De muziek herschept de tekst niet (*6). Het ‘Lied van de tuin’ krijgt van de aanwezigen grote en veruit de meeste waardering. De muziek is geschreven in een hedendaags idioom van de lichte muziek: een aangename, eenvoudige, goed in het gehoor liggende, uitnodigende melodie. Door het royale gebruik van triolen blijft het lied een ritmische spanning houden en wordt het net niet te simpel of te romantisch(*7). In principe zijn alle liederen redelijk gemakkelijk te zingen. Er zijn een paar uitzonderingen. Het lied ‘Daar is het daglicht’ is, als het gaat om de cantus firmus, de melodielijn, voor de gemeente niet moeilijk. In tegendeel, als een mantra wordt de tekst “Sinds het begin jij tot op vandaag jij schepper en adem.”, maar liefst 18 keer gezongen, herhaald, op het laatst ook in canon. De moeilijkheid zit hem in de totaalopzet van het lied. Het er door- en omheen zingen van de cantorij maakt het geheel gecompliceerd en onrustig. En dat vraagt om alertheid en concentratie van zowel de cantorij als de gemeente. Aan de andere kant is een van de eigenschappen van een mantra dat die “vanzelf” gaat …
Wat in het algemeen opvalt in de muzikale vormgeving is de afwisseling van verschillende compositorische stijlsoorten. Het ‘Trouwlied’ zou, misschien iets minder syncopisch, zo in het (nieuwe) Liedboek voor de Kerken kunnen staan. Hetzelfde geldt in nog grotere mate voor het ‘Lied aan het vuur’. (De titel van dit lied is vast een knipoog naar ‘Lied aan het licht’ van Oosterhuis/Oomen …). Ook ‘Wees in ons midden’ en het ‘Emmauslied’, waarvan de eerste maten wel heel sterk doen denken aan ‘Christe, du biste’/’Om wat misdaan wordt ziende blind’, en het ‘Lied om zegen’ hadden zomaar in het (komende) Liedboek kunnen staan. Maar, aan de andere kant, het ‘Lied van de tuin’ had qua tekst en muziek in een van de projecten van het Nieuw Liedfonds opgenomen kunnen zijn. En een lied als ‘Goede adem’ heeft onmiskenbaar gregoriaanse trekken. In dit oratorium is er sprake van én continuïteit én een ‘breuk’ met de eerder uitgegeven oratoria. De continuïteit is te horen in ‘Brandde ons hart niet?’, waar de afwisseling van koor/gemeente en koor/solisten zo uit een van de andere oratoria had kunnen komen. En ook doet de melodische en harmonische afwikkeling van sommige liederen sterk denken aan eerdere liederen. De ‘breuk’ zit vooral in het veel meer eigentijdse idioom van sommige liederen, waarvan ‘Lied van de tuin’ het meest in het oor springende voorbeeld is. In het algemeen hebben de componisten ruimer gebruik gemaakt van syncopen en triolen als muzikale expressie- en accentuerings-mogelijkheden dan voorheen.
De begeleiding van de meeste liederen is geschreven voor piano. Er is één lied voor òf piano òf orgel. En er zijn twee liederen met orgelbegeleiding. Over het algemeen zijn alle begeleidingen goed speelbaar voor amateurs. Professionals kunnen, zoals Rippen tijdens de liedmiddag deed, improviseren en variëren op de uitgeschreven begeleiding. Bij veel liederen is er ook muziek voor cello en (dwars)fluit(en). De gemeente komt er kwantitatief noch kwalitatief slecht vanaf. Alleen al het feit dat er in slechts twee liederen een hoge ‘e’, en de hoogste noten in de overige liederen een beperkt aantal malen een hoge ‘d’ zijn, verdient waardering en plaatsvervangende dank zowel als enige milde kritiek …
Partituur, koorboek en CD
De uitgave van ‘Daar is het daglicht’ bestaat uit een partituur, een koorboek en een CD.
De partituur ziet er bijzonder fraai uit en is uitgegeven in een A-4 formaat. De muziekgravures ogen aangenaam, zijn goed leesbaar, het aantal drukfouten is minimaal. In de partituur staan achtereenvolgens een korte inleiding, alle te spreken en te zingen teksten, de volledige partituur (inclusief de instrumentale partijen), een toelichting bij de liederen en liturgische suggesties. En tenslotte ook nog als bijlage de muzieknotatie voor de gemeente, waarvan met een beetje knip- en plakwerk eenvoudig een liturgieboekje kan worden samengesteld. De partituur eindigt met een inhoudsopgave. Jammer is dat in de partituur de spreekteksten niet tussen de liederen staan. Een beetje lastig voor de dirigent … Het koorboek heeft een handzaam A-5 formaat. Het is overzichtelijk en praktisch. Het omslaan van pagina’s tijdens het zingen is zoveel mogelijk beperkt. Ook het koorboek opent met een korte inleiding op het oratorium, gevolgd door een toelichting op de liederen. Dan volgen alle liederen en, gelukkig hier wel, tussen de liederen de spreekteksten. Op de achterkant van het koorboek staat de inhoudsopgave ervan. De CD met alle liederen en gesproken teksten geeft een overzichtelijk beeld van het oratorium. De totale tijdsduur ervan is op de CD bijna 66 minuten. Het is overigens goed te bedenken dat een ‘uitvoering’ van het oratorium in de eigen praktijk meer tijd zal vragen ... De kwaliteit van muziek en zang is over het algemeen redelijk. In een paar gevallen is de solozang gewoon niet mooi. Dat geldt bijvoorbeeld voor ‘Dan weet ik’ en ‘Chaos en leegte’. Voor de rest lof en dank.
Conclusies:
1-‘DAAR IS HET DAGLICHT’ is een geslaagd Paas-project. Het zal voor veel koren en cantorijen uitvoerbaar zijn. 2-Teksten en muziek zijn in een aantal opzichten vernieuwend. Zo kan dit oratorium mede een antwoord zijn op vragen en behoeften naar liturgische muziek die mensen zoeken in Opwekkings- en Evangelische liedbundels. 3-Gezien het gedoe binnen de RK-kerk rond wat is gaan heten de ’Gezangenkwestie’ zullen weinig liedteksten censoraal-kerkelijke goedkeuring krijgen. Desalniettmin: ‘proef ze met heel je wezen, vind ze, laat ze jou tot leven brengen …’ (zie ‘Lied van de tuin’). 4-Aanschaffen dus en instuderen …
---------------------------------------------
*1 Tekst uit ‘Als de graankorrel sterft …’, een oratorium voor de Veertigdagentijd, Goede Week en Pasen. Een eerdere productie van het Groninger oratorium-collectief. De teksten van dit oratorium zijn geschreven door Marijke de Bruijne, de muziek is van Anneke Plieger-van der Heide, Peter Rippen en Chris van Bruggen. ‘Als de graankorrel sterft …’ is uitgegeven bij Narratio te Gorinchem, 1996.
*2 zie * 1
*3 In dit opzicht hebben de teksten van Steehouder overeenkomsten met die van Henk Jongerius. Voor deze dominicaan geldt eveneens dat zijn teksten onmiddellijk en direct te begrijpen en -mede daardoor- moeiteloos te zingen zijn. *4 zie *5 *5 Er zijn tot nu toe vijf oratoria verschenen: ‘Als appelbloesem in de winter’, Kerstmis (1993); ‘Als de graankorrel sterft …’, Veertigdagentijd en Pasen (19960); ‘Aanwezig’, Pinksteren (1998); ‘Op wie wij wachten’, Advent en Kerstmis (2000); ‘Daar is het daglicht’, Paasnacht en Pasen (2009). Alle oratoria zijn uitgegeven bij Narratio te Gorinchem. *6 Zie een interview met Tom Löwenthal ‘De binnenkant van de tekst hoorbaar maken’, in Gregoriusblad 133(2009)nr. 2.
*7 Het Nieuw Liedfonds presenteert ongeveer om de vijf jaar een project van nieuwe en vernieuwende (liturgische) liederen in partituurvorm met een CD. ‘Lied van de tuin’ zou je als argeloze toehoorder/-zanger/speler gemakkelijk toe kunnen schrijven aan een componiste als Mariëtte Harinck. Zij componeerde diverse liederen voor het Nieuw Liedfonds. Zij komt uit de wereld van de lichte muziek en speelde onder andere in diverse jazzcombo’s.
Artikelen/JA/24-4-2010
|
|